Poolse lenterituelen: Topienie Marzanny en Rękawka

Poolse (en andere) lenteriten die het christendom overleefden: Topienie Marzanny en Rękawka

marzanna_1Aan het begin van de lente kun je zien hoe religie en heidense symboliek een huwelijk zijn aangegaan. Het leidt soms tot opmerkelijke rituelen die ondanks de kerstening toch wisten te overleven. In Nederland kennen we de Paashaas en  paaseieren. In Polen hebben een aantal riten de komst van het christendom overleefd met hun oeroude basis in het verre Slavische voorchristelijke verleden.  Een tweetal specifiek Poolse lenterituelen zijn ‘Topienie Marzanny’ en het Rękawka-festival in Podgórze, Kraków, gehouden op de dinsdag na Pasen.

Het ei, de vruchtbaarheid van de vrouw, de herrijzenis van Christus, het Paaslam, paasvuren. Allemaal in de blender gestopt om er een algemeen geaccepteerd lentefeest met kenmerkende symbolen en riten van te maken, waarin nieuw leven centraal staat. Het lijkt onschuldig vertier en principiële christenen die geen paaseitjes eten zijn er steeds minder. Het begint al met de naamgeving van het Paasfeest. Easter in het Engels, afkomstig van het oud-Engelse ‘Eostre’ (in het oud-hoogDuits ‘Ostara’. -De naam van de Germaanse godin voor de vruchtbaarheid die ook in de Anglo-Saksische heidense tradities geëerd werd.) Even een opmerkelijk uitstapje naar Tsjechië.  Op Tweede Paasdag zitten Tsjechische mannen vrouwen achterna om ze met een twijgje (Pomlazka) op het achterwerk te slaan ter bevordering van de vruchtbaarheid. Een wat vrouwvriendelijker vruchtbaarheidsritueel met dezelfde symbolische betekenis is ‘Śmigus Dyngus’ (Lany Ponadziałek, Natte Maandag) in Polen; vrouwen worden naar goed gebruik op de vroege maandagochtend tijdens Pasen met water besprenkeld/overgoten.

 Topienie Marzanny

Een (bij ons) minder bekend Pools voorbeeld dat de lente markeert en rechtstreeks uit een heidens verleden stamt is het ‘verdrinken van Marzanna’ (Topienie Marzanny). Marzanna is de Slavische versie van de ‘wintergodin’. Aan het begin van de lente -op 21 maart- wordt zij door Poolse kinderen verdronken. Daarmee zeggend dat het maar eens gebeurd moet zijn met de heerschappij van de wintergodin. Marzanna staat voor winter, dood, ziekte en honger. Een kleurig gewaad om een versierde pop (of gewoon om een stok die een pop voorstelt, wel wat lijkend op een vogelverschrikker) en met fleurige linten omgord wordt in brand gestoken en daarna in een rivier gegooid om te verdrinken. De winterheks wordt symbolisch vermoord, de winter is dood en begraven. Een saluut aan zonnestralen en lentewarmte, nieuw leven alom in de natuur.

Het verbranden en verdrinken van Marzanny om de winter, ziekte dood en honger te bezweren en het nieuwe leven welkom te heten. Oude voorchristelijke Slavische traditie.

Het verbranden en verdrinken van Marzanny om de winter, ziekte dood en honger te bezweren en het nieuwe leven welkom te heten. Oude voorchristelijke Slavische traditie.

Het geeft onbedoeld wel wat associaties met onze heksenverbrandingen en -verdrinkingen in de  Middeleeuwen. Wie zoekt op “Topienie Marzanny” op Youtube ziet dat het fenomeen nog steeds leeft en vele geuploadde filmpjes oplevert. Terug naar eigen land: Onze Paasvuren, nog altijd populair in Oost-Nederland, komen ook voort uit een van oorsprong heidense traditie die te maken heeft met de wisseling van seizoenen.

 Rękawka

In Podgórze, een wijk in het zuiden van Kraków, wordt ieder jaar op de dinsdag na Pasen het Rękawka-festival gevierd vlakbij de Krakus mound, op de Lasota heuvel, waar de obscure St Benedictus kerk is gevestigd. De dinsdag na Pasen is de enige dag van het jaar dat deze kerk geopend is, tijdens de Rękawka-viering.

Rekawka in Krakow, 2009

Rekawka in Krakow, 2009

Rękawka gaat terug tot het pre-christelijke Poolse tijdperk en is van oorsprong verbonden met de doodcultus. Zwaarden, maliënkolders en andere middeleeuwse gevechtsattributen moesten de demonen op veilige afstand houden. Letterlijke vertaling van rękawka (rekaw) is ‘mouw’. Daarin werd aarde meegedragen om Prins Krak te begraven. De Krakus Mound is een eeuwenoude grafheuvel in Kraków waar de heerser Krak volgens de legende zou zijn begraven. Over de herkomst van de mysterieuze grafheuvels (Er is ook een eeuwenoude Wanda mound) in Kraków doen verschillende verhalen de ronde. Volgens geleerden zouden ze ergens in de vroege Middeleeuwen zijn opgericht. Tijdens de Rękawka-processie lopen de deelnemers in middeleeuwse boerenkledij rond; vrouwen dragen vruchtbare takken met groene blaadjes. Mannen torsen hun gevechtsuitrusting mee. Deze week werd het afgelopen dinsdag weer gehouden, maar er lag een flinke laag sneeuw in plaats van dat de ontluikende lente zich manifesteerde. Kijk ook naar: http://www.youtube.com/watch?v=jf_fQg3IHjA

Geplaatst in Geschiedenis, Krakow, Typisch Pools | Een reactie plaatsen

Memento, nagelaten vertalingen van Gerard Rasch

  • Persoonlijke bloemlezing Poolse poëzie van de 20e eeuw, geregisseerd vanaf Rasch’ sterfbed 

 ’s Nachts word ik wakker koud van de angst

Ik zweef hoog in een ballon

mijn leven beneden zie ik waaien

als stoppelvelden leeg, uiteengereten

 “Koud van de angst, wakker in de nacht, tel ik nog eens al het ontelbare, ik oefen voor de dood.” De versregels zijn van de Poolse dichter Kazimierz Wierzynski in zijn gedicht “ ´s Nachts word ik wakker”. Ziekte, lichamelijkheid en dood zijn de thematische lijn in Gerard Rasch´ laatste uit het Pools vertaalde dichtbundel : Memento. Zijn testament. Het laatste werk van de op 10 maart 2004 overleden Rasch wordt ingeleid door dochter Miriam. Het verscheen postuum in oktober 2005. Een verrassend en persoonlijk overzicht van de Poolse poëzie uit de twintigste eeuw.  

MementoEen boek met mooie gedichten die voor het bevestigen van hun waarde niets anders dan zichzelf behoeven, en een attente lezer natuurlijk. Met die woorden beëindigt Miriam Rasch haar inleiding op de laatste bloemlezing met Poolse, in het Nederlands vertaalde, gedichten van haar vader Gerard Rasch.  Rasch werd vooral bekend van de vertalingen van het werk van Nobelprijswinnaars Czesław Miłosz en Wisława Szymborska. Gerard Rasch werd bekroond met de Martinus Nijhoff-prijs in 1997 en hem viel vanuit Polen een nationale onderscheiding voor verdiensten voor de Poolse cultuur en de PEN-club prijs ten eer. Memento heeft niet de bedoeling om de perfecte bloemlezing van de Poolse dichtkunst te zijn. Bijvoorbeeld dichteres Szymborska werd volledig uit het boek gelaten, om de reden dat haar werk al beschikbaar is. Alle teksten die eerder in boekvorm verschenen vielen af. Het laatste project dat Rasch vanaf zijn ziekbed in de winter van 2004 regisseerde is een persoonlijk document, een persoonlijke collectie van Rasch en ook van zijn dochter Miriam die uiteindelijk de definitieve selectie op aangeven van haar vader voltooide. De bundel van Rasch getuigt van vreugdevolle euforie, verharde teleurgestelde bitterheid en berustende wijsheid. Kortom het is een levenselixer dat bij Rasch, de Poolse poëzie  en zijn lezers past. In het voorwoord betoogt Miriam Rasch dat het patroon dat ontstaat in de gedichten inherent is aan het ouder worden. Het vinden van een nieuw evenwicht juist na episodes van jeugdige naïviteit, de pijn van het ouder worden en de berusting. De gedichten in Memento kunnen los van elkaar worden gelezen, maar ze zijn met elkaar in samenspraak. De thematiek heeft betrekking op drie gebieden. Behalve voor het eerder genoemde thema ziekte en dood, kiest Rasch voor de politiek, en, om de twee zware thema´s noodzakelijkerwijs wat te verzachten, de humor.

Geen typische afspiegeling Poolse poëzie en toch weer wel

Eén van de voorwaarden die Gerard Rasch stelde aan zijn laatste dichtbundel was dat het geen typisch Poolse bundel mocht worden, geen doorsnee afspiegeling van de literair poëtische  Poolse geschiedenis. Zo´n 280 titels werden geselecteerd en achtergelaten in een envelop aan dochter Miriam. Van die 280 “vrienden” moesten er nog 100 afvallen om binnen de toegemeten omvang van 287 bladzijden te vallen. Hoewel het dus geen typische bloemlezing mocht worden, werd het er uiteindelijk tòch een, schrijft Miriam Rasch. IJkpunten uit de Poolse dichtkunst vinden hun weg naar het lezerspubliek in Memento. Van de emotionele en intens indringende gedichten van Tadeusz Borowski (De nacht boven Birkenau, De zon van Auschwitz) tot de lichtvoetige  aforismen van Stanisław Jerzy Lec. Tussen de gedichten en hun auteurs zijn opmerkelijke verbanden te vinden.  Het past bij de manier waarop Rasch zich wenst dat wij de Poolse gedichten uit Memento in ons opnemen. In samenspraak met elkaar. Neem nou Czesław Miłosz en Anna Świrszczyńska. Beiden in hun jeugd opgegroeid in Warschau, daar de oorlogsjaren meegemaakt en op latere leeftijd tot hun dood wonend in Kraków. Świrszczyńska tot 1984, Miłosz tot 2004.

De erudiete poëzie van Miłosz; één van zijn laatste gedichten, Orfeus en Euridice (2003) een gedicht over zijn overleden vrouw, is opgenomen. De lichaamsbewuste vrouwelijke gedichten van Anna Świrszczyńska, die op latere leeftijd doorbrak met “Ik vrouw” (Jestem Baba) uit 1972 staan er ook in.

Samensmelting van vreugde en uitzichtloosheid

Miriam Rasch herkent de samensmelting van opgewonden vreugde en uitzichtloosheid gedurende het ziekbed en sterfbed van Gerard Rasch in het gedicht ‘Het brandmerken van de herfst’ van Julia Hartwig. Die berusting en het evenwicht worden bereikt en doorvoeld na het lezen van Memento. Een indrukwekkend, persoonlijk getint afscheidswerk.

Gerard Rasch, Memento, ingeleid door Miriam Rasch, uitgeverij Pegasus, isbn 90 6143 294 4,  287 pagina´s gebonden, €24,50

 Dit artikel werd gepubliceerd in Biuletyn 5, 2005

Het brandmerken van de herfst, Julia Hartwig.

Het brandmerken van de herfst, Julia Hartwig.

Geplaatst in Biuletyn, Literatuur | Tags: | Een reactie plaatsen

‘Yalta before and beyond’

Polen’s veranderende grenzen in het machtsspel van de geopolitieke grootmachten gedurende WO2

De geopolitieke grootmachten in Yalta, februari 1945, Winston Churchill, Franklin Delaney Roosevelt en Josef Stalin.

De geopolitieke grootmachten in Yalta, februari 1945, Winston Churchill, Franklin Delaney Roosevelt en Josef Stalin.

In maart 1939 hing de Tweede Wereldoorlog al in de lucht. Onderhandelingen tussen de latere hoofdrolspelers over invloedssferen, akkoorden en grondgebieden. Polen krijgt beloftes van de Britten en de Fransen, om een herhaling van de coupe tegen Tsjecho-Slowakije (15 maart 1938) te voorkomen. Een reconstructie van de kantelmomenten uit WO2. Hoe Polen’s grenzen verschoven tussen 1939-1945.

Ter gelegenheid van de opening van The Maastricht Graduate School of Governance, op 1 oktober 2005, kwamen Yevgeni Yugashvilli, Winston S. Churchill, en Curtis Roosevelt naar Maastricht om te spreken over het thema “Yalta and beyond”.  De kleinzonen van de wereldleiders die naar het symbool van de Europese eenwording afreisden. Maastricht. Ze vlogen elkaar in de haren over de betekenis van Yalta, zestig jaar nadien. Yalta (4-11 februari 1945) bepaalde in belangrijke mate het lot van het naoorlogse Europa. Het verschuiven van Polen’s landsgrenzen gebeurde in het machtsspel van de geopolitieke grootmachten. Eigenlijk was het “Yalta and  before”, want op Yalta waren de kaarten feitelijk al geschud. Waarom was het gesprek tussen die beroemde kleinzonen van de kopstukken van de broze geallieerde samenwerking tegen Hitler zestig jaar later nog zo actueel? Waarom kregen die kleinzonen, inmiddels ook heren op leeftijd, nog een verhitte discussie over de betekenis van Yalta?

Nieuwe natie

Polen, de trotse nieuwe natie, had  ruim 120 jaar geografisch niet bestaan en deed haar intrede in het Europa van 1919. De wens van de Sovjet-Unie om de ruimte tussen Rusland en Polen te beheersen was echter niet nieuw. Ze dateert reeds uit de 19e eeuw. De Russificatie van voorheen Poolse gebieden beleefde haar hoogtepunt onder de tsaren Alexander de Derde en Nicolaas de Tweede. Hoewel ze er nooit volledig in slaagden de volkeren aan de westzijde, in Europees Rusland, te absorberen. In dat westelijke gedeelte wonen de Wit-Russen, de Oekraïners en de Polen. En ze onderscheiden zich van de Russen. Tijdens die onderdrukte periode werd het verlangen van de Polen naar een eigen natie ondermijnd, vele decennia lang konden geen wapens opgenomen worden tegen de Russen. De aanleiding voor de Eerste Wereldoorlog lag direct in  Servië. Maar de onrust onder de Slavische volkeren was breder.

Machtsspel om invloedssferen en grondgebied

In 1939 na een generatie van vrijheid, waarin Polen overigens wel de wens om de meest oostelijke gebieden (van voor de Poolse Delingen) op moest geven, stonden de rekbare Poolse landgrenzen opnieuw onder druk. Koortsachtig diplomatiek overleg vond plaats. Na de  Anschluss van Oostenrijk en de bezetting van Tsjecho-Slowakije was er volop dreiging naar Polen vanuit Hitler-Duitsland. De Engelsen en Fransen stelden zich op 30 maart 1939 garant voor Polen en willen dat Stalin hen steunt. De Duitsers probeerden het daarentegen op een akkoord te gooien met Polen; in ruil voor het grondgebied van Danzig en de Corridor zou Polen wellicht de Oekraïne en Slowakije mogen exploiteren. Tijdens een onderhoud op 28 maart bleek de onbuigzame houding van Polen. Zij wilden niets weten van een akkoord met de Duitsers. De Britten gaven hun garantverklaring en die deed Hitler in razernij onsteken. Woedend slaat de besnorde dictator met zijn vuist op tafel: “Ik zal ze een duivelsdrank brouwen” fulmineerde hij.

De Sovjetdiplomaten wantrouwden de Britten en vreesden een nieuw verdrag van Munchen waarin Hitler tot aan de Russische landsgrenzen zou worden gedoogd, met Polen als mogelijke Duitse satellietstaat. De manier waarop Tsjecho-Slowakije werd geofferd door de Britse onderhandelaars lag nog kakelvers in het geheugen. Zonder oorlogsvoering namen de nazi’s daar het bewind over. De Sovjets willen op hun beurt expansie ten koste van Polen en passeerden in de zomer van 1939 de geallieerden door een verdrag met Hitler aan te gaan, wat de geschiedenisboeken  in is gegaan als het ‘Molotov-Ribbentrop niet-aanvalsverdrag’. Het voorstel van  de Fransen en Britten aan de Sovjet-Unie werd geweigerd; alleen op de voorwaarde grondgebied van Polen en Roemenië te mogen annexeren bij een Duitse aanval, wilde Stalin akkoord gaan. Die prijs kon en wenste het Westen op dat moment, maart 1939, niet te betalen (Later in Teheran ’43 wel). Volgens het geheime protocol van Molotov-Ribbentrop (in 1969 overigens nog steeds hardnekkig ontkend door Molotov) liep de nieuwe grens Duitsland- Sovjet-Unie gelijk aan de rivieren de Narew, de Wisła en de San. Polen was na twintig jaar onafhankelijkheid opnieuw opgedeeld tussen Duitsers en Russen.

Veranderende Poolse grenzen in de 20e eeuw.

Veranderende Poolse grenzen in de 20e eeuw.

Op 23 augustus 1939 was de oostelijke regio van Europa al voor het officiële uitbreken van de Tweede Wereldoorlog (september) verdeeld in invloedssferen. Hitler behield aanvankelijk Litouwen, Stalin kreeg volgens het verdrag zeggenschap over Oost-Polen, Letland, Estland, Bessarabië en Roemenië. Zonder dit verdrag had Hitler zich een oorlog tegen Polen niet kunnen veroorloven. De latere opvolger van Stalin, Nikita Chroestjsov, begon aan een wrede onderdrukking in Oost-Polen. De deportatie van ruim 1 miljoen Polen naar Siberië gebeurde in die eerste oorlogsjaren.

De afspraken tussen de machthebbers op Pools grondgebied hielden niet erg lang stand. Hitler kondigde de operatie Barbarossa reeds af eind december 1940. Een periode van crisisdiplomatie en bedrog brak aan. Stalin prepareerde zijn troepen en probeerde de strijd zo lang mogelijk uit te stellen. Hitler, op het toppunt van zijn macht, werd roekeloos en onvoorspelbaar, en verklaarde de oorlog aan zijn vroegere bondgenoot. Barbarossa werd opgestart vanuit Polen op 22 juni 1941. Het keerpunt van de Tweede Wereldoorlog waarna het Duitse verlies eigenlijk al onafwendbaar was. De Wit-Russische hoofdstad Minsk viel een week later. Opnieuw veranderde grenzen, ditmaal getrokken over Wit-Russisch en Oekraïens grondgebied.

Het machtsevenwicht keert

Stalin, een opportunistisch en gewiekst strateeg, polste onmiddellijk generaal Władisław Eugeniusz Sikorski en organiseerde Poolse gevechtseenheden tegen De Duitsers. De zogenaamde Sikorski-Mayski overeenkomst, getekend in Londen op  30 juli 1941, bepaalde dat Poolse krijgsgevangenen en burgers vrijgelaten worden en zich mochten verenigen in een Pools leger onder Sovjetcommando. 40.000 soldaten kwamen onder het gezag van de een week later (4 augustus 1941)  uit de Loebjanka vrijgelaten generaal Władysław Anders. (Later maken zij deel uit van  het 2e Poolse Korps, onder Anders, bekend van de slag om Monte Cassino) De Poolse militairen kregen van de Sovjets echter geen bevredigende opheldering over de vermiste officieren (Katyń). Ze kozen op het hoogtepunt van de nazi-onderdrukking ervoor om tegen één vijand te vechten in plaats van twee.

Nationale Poolse militairen (Narodowa Organizacja Wojskow), het Boerenleger en de AK formeerden ondertussen in eigen land een strijdkracht van 400.000 getrainde en bewapende strijders. Steeds grotere gebieden werden gecontroleerd door de Poolse partizanen, de illegale drukpers bloeide. De Poolse ondergrondse was de grootste en meest uitgebreide organisatie in haar soort gedurende WO2. Het machtsevenwicht keerde inderdaad definitief om na omslagpunt Stalingrad. De Russen waren aan het Oostfront aan de winnende hand. Ondertussen leverde het idee van de bevrijding door de Sovjet-troepen zeer gemengde gevoelens op onder de Poolse populatie. Stalin speelde een sluw spel en zijn bedoelingen waren verdacht, onbekend en onbetrouwbaar. Op 5 april 1943 werden de eerder gesloten overeenkomsten met Sikorski publiekelijk afgekeurd en gehekeld. Geen Pool zag de verliezen van de nazi´s zonder vreugde, geen Pool zag de bevrijders komen zonder diepgewortelde angst. Nog geen drie maanden later, 4 juli 1943, na een bezoek aan het Poolse leger in het Midden-Oosten, op weg naar Gibraltar, verongelukte het vliegtuig van Sikorski. Iedereen kwam om.

Het nieuwe machtsspel: de strategische alliantie der ‘Grote Drie’

De kloof tussen de Sovjet-Unie en Polen dreigde de belangen van de grotere coalitie met de Britten en Amerikanen onder druk te zetten. Sommige historici zien hier de contouren van de latere Koude Oorlog ontstaan. De Britten en Amerikanen wilden Polen blijven zien als hun eerste en betrouwbare bondgenoot. De Russen beschimpen de Polen en hielden een internationaal onderzoek naar de toedracht van Katyń tegen. Stalin liet zich niet in zijn kaarten kijken, en draaide een rad voor ogen, tot en met de vooravond van de Warschau Opstand, in de zomer van 1944.

In die fase was het tweede front in Europa nog niet geopend en had Stalin een sterke onderhandelingspositie. Roosevelt en Churchill konden hun machtige medestander niet bruuskeren. Tijdens de conferentie van Teheran (26 november-2 december 1943) werd over invloedssferen en de kaart van Europa gesproken door de in het begin van dit artikel genoemde ‘Grote Drie.’ Globaal genomen zouden West- en Zuid Europa onder Anglo-Amerikaanse invloed en Oost-Europa onder Sovjet- invloed komen. De Pools-Russische grens werd bijna overeenkomstig de lang vergeten grenslijn van Lord Curzon (1920) vastgesteld. Aan de onderhandelingstafel van Teheran merkten weinigen op dat dit essentieel dezelfde grens was als de Nazi-Sovjet demarcatiegrens uit september 1939. Roosevelt sprak liever niet over de Poolse kwestie, de presidentsverkiezingen waren in aantocht, Stalin en Churchill besloten tijdens de laatste ontmoeting over de Poolse landsgrenzen; daarvoor gebruikmakend van een Poolse landkaart die uit The Times was gescheurd. Over de hoofden van de Poolse regering werd aldus het lot van Polen bezegeld.

Yalta en erna

‘Yalta and beyond’, het thema van de ontmoeting ter opening van the Maastricht graduate School of Governance, toonde nog eens haarfijn aan hoe de geschiedenis geherinterpreteerd kan worden. Ten eerste: op Yalta was over de toekomst van Europa al besloten, de focus van Yalta was vooral de heerschappij over Berlijn. De Russische federatie ziet zich nog steeds als bevrijder van Oostelijk Europa (zie de 9 mei-vieringen ieder jaar) en verdoezelen hun Polen-politiek; de Britten offerden rücksichtslos Oost-Europa op aan het grotere belang, maar verwijten dit de toenmalige Sovjet-Unie. De loop der geschiedenis en hun interpretaties zijn een voortdurend proces, nog helemaal niet zo lang zijn de feiten vanuit Oost-Europees perspectief boven tafel. Dat doet stof opwaaien, ook onder gepensioneerde heren.

 Dit is een bewerking van het artikel dat eerder in Biuletyn 6, 2005, verscheen.

 Bronnen:

Simon Sebag Montefiore: Stalin het hof van de rode tsaar, Spectrum 2004

-Sir Ian Kershaw: Hitler 1889-1936 hoogmoed, 1936-1945 Vergelding, Spectrum 2000

-Norman Davies: Heart of Europe, the past in Poland´s present, Oxford University Press 2001

-Oskar Halecki: Borderlands of western civilisation, a history of East central Europe,

 (New York 1952, 2nd edition 1980 edited by Andrew L. Simon, emeritus Professor, university of Akron)

Geplaatst in Biuletyn, Geschiedenis | Een reactie plaatsen

Oost-Europa onder Stalin’s ijzeren vuist, hoe het Stalinisme Oost-Duitsland, Hongarije en Polen inlijfde

Eerbetoon aan de grote Leider. Door Sovjetrealistische kunstenaar Koegatsj Netsjitaljo Tsyplakov, 1950. In het Drents Museum te Assen was afgelopen winter een tentoonstelling over de Sovjet-mythe.

Eerbetoon aan de grote Leider. Door Sovjetrealistische kunstenaar Koegatsj Netsjitaljo Tsyplakov, 1950. In het Drents Museum te Assen was afgelopen winter een tentoonstelling over de Sovjet-mythe.

Anne Applebaum: IJzeren Gordijn- de inlijving van Oost-Europa 1944-1956

Ze is getrouwd met de Poolse minister van buitenlandse zaken, Radosław Sikorski, voor haar boek “Gulag a history” ontving ze in 2004 de prestigieuze Pullitzer-prijs. Anne Applebaum rondde een nieuw omvangrijk project af en publiceerde “Iron Curtain. The crushing of Eastern Europe 1944-1956”. Vertaald in het Nederlands en vanaf dit voorjaar verkrijgbaar: “IJzeren Gordijn, de inlijving van Oost Europa”.

De Pullitzerprijs-winnares dook na haar bejubelde boek over de Goelag opnieuw in de geschiedenis van het Stalinisme en schreef nu over het lot van de Oost-Europese landen die na de ‘bevrijding’ door de Sovjet-Unie in het Sovjetgareel werden gebracht in de jaren 1944-1956. Ze koos voor haar omvangrijke studie van het Oost-Europa in de stalinistische periode drie landen waarop ze zich specifiek richtte: Oost-Duitsland, Hongarije en Polen. Omdat deze landen zoveel van elkaar verschillen. Oost-Duitsland maakte deel uit van nazi-Duitsland, Oostenrijk-Hongarije de dubbelmonarchie was lange tijd een machtsfactor in Europa totdat Hongarije tweederde van haar grondgebied moest afstaan na de Eerste Wereldoorlog. Polen tenslotte, een land dat pas in het interbellum weer een zelfstandige staat was nadat het 120 jaar lang van de landkaarten was verdwenen en onderverdeeld raakte bij  Pruisen, Rusland en Oostenrijk. Applebaum gebruikt overigens consequent de term “Oost-Europa”, een historische aanduiding in haar opvatting.

img016 Zij beschrijft hoe Stalin/de Sovjet-Unie de landen onder zijn invloed bracht en onderworpen maakte aan totale controle. Toch wel het eruit springende kenmerk van totalitaire staten, dat ze alles zoveel mogelijk willen controleren. Dit gebeurde aanvankelijk nog enigszins subtiel. In Polen mochten nog vrije verkiezingen gehouden worden, maar allengs nam de agressie en de ijzeren houdgreep van de communistische regimes toe. Jeugdorganisaties werden opgericht om van jongsaf aan te indoctrineren met het communistisch vooruitgangsgeloof in de toekomstige heilstaat. De ruimte voor kerkelijke organisaties werd steeds krapper. De invoering van de vijfjarenplannen in de economie, het beperken van de private sector. De politieke machtsspelletjes, de intimidatie en het geweld dat bruusk gebruikt werd om politieke tegenstanders uit te schakelen. Het vervalsen van verkiezingsuitslagen in bijvoorbeeld het Polen van 1947. Applebaum geeft niet zo zeer verklaringen voor wat allemaal in die Stalinjaren plaatsvindt, maar beschrijft stuk voor stuk waar wat gebeurde en op welke wijze het communisme de greep op en totale controle over de volkeren van Oost-Duitsland, Hongarije en Polen wilde uitbreiden. Stalin’s ijzeren vuist modelleerde de Poolse, Oost-Duitse en Hongaarse samenlevingen steeds meer en onwrikbaar naar het totalitaire evenbeeld de Sovjet-Unie.

De Coloradokever

In het Oost-Europa van na de oorlog sloeg in de jaren ’50  een plaag toe die wij ook in Nederland aan den lijve hebben ondervonden. De Coloradokever. Het vraatzuchtige beestje dat de aardappeloogst in de war schopte nadat hij via Amerikaanse schepen in Europa terecht kwam. Volgens de Oost-Europese propaganda echter zouden de kevers boven Oost-Duitsland zijn gedropt vanuit Amerikaanse vliegtuigen waarna ze oostwaarts waren getrokken. “De coloradokevers zijn kleiner dan de atoombom, maar ze zijn net zozeer een wapen van het Amerikaans imperialisme tegen de vredelievende werkende beroepsbevolking” lieten journalisten van ondermeer Trybuna Ludu optekenen. Poolse kinderen werden aangespoord om kevers op te sporen te vangen en te doden.

De complete paranoia van het Sovjet-gemodelleerde Oost Europa. Een sprekend voorbeeld van hoe de Oost-Europese maatschappij lijkt te zijn gehersenspoeld en in een anti-imperialistische reflex te schieten. We schrijven de hoogtijdagen van het Stalinisme.

De aanleiding voor de Koude Oorlog

“De werkelijke aanleiding voor het diepere wederzijdse wantrouwen dat weldra bekend kwam te staan als de Koude Oorlog waren de gebeurtenissen in Oost-Europa, en vooral in Polen” staat op pagina 207. De Poolse regering in ballingschap is in het najaar van ‘44 de ten dode opgeschreven vertegenwoordiger van een ten dode opgeschreven regime. Dit concludeerde de Amerikaanse diplomaat George Kennan op dat moment: “Al zou niemand zo bot zijn om dat tegen hen te zeggen”. Volgens de protocollen van Jalta worden verkiezingen gehouden. Stalin hamert erop in een onderhoud met de Amerikaanse gezant Harry Hopkins dat hij een pro-Russisch Polen aan zijn grenzen nodig heeft. Stalin stelde zich aanvankelijk terughoudend op met betrekking tot die verkiezingen in Polen. Er kwam geen éénpartijverkiezing zoals in Joegoslavië en Bulgarije. Stalin hield de schijn op en liet de niet-communistische Poolse leider Stanisław Mikołajczyk terugkeren.

Mikołajczyk had bekendheid bij het grote publiek in tegenstelling tot de Poolse communisten. Na het omkomen van generaal Władysław Sikorski bij Gibraltar was Mikołajczyk Poolse premier in ballingschap. De arrestatie en deportatie van de zestien leiders van het Thuisleger (AK) gaf geen hoop meer op de terugkeer van democratie in Polen, toch besloot hij naar zijn vaderland terug te keren in de waan dat Stalin het serieus meende toen hij zei geen communistisch Polen te beogen maar alleen een democratisch Polen dat de USSR vriendschappelijk gezind was. Dit kwam Mikołajczyk op veel kritiek te staan van zowel Polen in Londen als in Polen. In juni ’45 reisde Mikołajczyk naar Moskou; waar hij aanschuift bij de ‘Lublin-Polen’ Bierut en Gomułka. Volgens Applebaum blikte Mikołajczyk in zijn, in ballingschap opgetekende, memoires bitter terug op het bereikte akkoord in Moskou dat ‘de grote meerderheid van het Poolse volk nog een desillusie bezorgde’.img020

Polen in de stalinistische periode: behoedzaam laveren en overleven

De Poolse situatie kent een paar duidelijke contouren die uitvoerig belicht worden. Het vermijden van al te grote directe conflicten met de communistische superieuren en het behoedzaam balanceren in de politiek-sociale werkelijkheid.

Zo is er de keuze van kardinaal Wyszynski om te laveren binnen geboden grenzen en daarmee te proberen een omverwerping of infiltratie van de Rooms-Katholieke kerk te voorkomen. Wyszynski, een historisch figuur in Polen’s recente geschiedenis, werd aangesteld als aartsbisschop in 1948, de opvolger van August Hlond. In tegenstelling tot zijn Hongaarse evenknie kardinaal Mindszenty die een openlijk vijandige houding tegen het communisme aannam, ondertekent hij in 1950 een ‘overeenkomst van wederzijds begrip’ tussen staatsautoriteiten en kerk. Die ondertekening dwong de geestelijken ertoe om respect bij te brengen voor de wetten en privileges van de staat. Het zorgde voor discussie onder Poolse gelovigen over de te volgen koers. Uiteindelijk wordt Wyszynski in 1953 wel gearresteerd. Het lijkt haast een opluchting voor hem, omdat hij nu toch als aan de zijde van het volk geschaard kon worden.  Wyszynski wilde met het tekenen van het document tijd winnen. De Poolse kerk had tijdens de Tweede Wereldoorlog veel geleden en Wyszynski vreesde het zelfde lot als de Russisch Orthodoxe kerk na de Russische revolutie. De orthodoxe kerk aldaar was na de jaren ’30 in feite een staatsinstelling. Het lot van de Hongaarse kerk was een grotere repressie na 1956 en opheffing van Hongaarse kloosterordes. Wyszynski’s vermijden van confrontaties leidde er uiteindelijk toe dat de Poolse kerk betrekkelijk ongeschonden uit de stalinistische periode is gekomen, zo betoogt Applebaum. “Gedurende de hele communistische periode trachtten verreweg de meeste Poolse priesters openlijke politieke conflicten uit de weg te gaan terwijl ze doorgingen met hun traditionele taken. Anders dan de Rooms-Katholieke kerk in Polen en de Protestantse kerken in Duitsland speelden de Hongaarse kerken geen grote institutionele rol in het politieke verzet tegen het communisme dat in de jaren tachtig ontstond.”

img017Ook in de naoorlogse Poolse academische wereld werd een manier gevonden om al te veel communistische invloed te omzeilen tijdens de hoogtijdagen van het communisme. In de kunstwereld houdt Wanda Telekowska de inspiratie vanuit het verleden op oncommunistische wijze koppig vast. Zij verklaart dat de Poolse arbeidersklasse nauwe banden heeft met het platteland en daardoor meer aan de volkskunst hecht dan aan de cultuur van intellectuele salons. Telekowska was een echte pragmaticus. De manier om te overleven in de stalinistische dagen. Het communisme zag zij als iets onvermijdelijks, ze was vastbesloten om er (noodgedwongen) mee samen te werken en zo volkskunstgroepen vanuit het hele land ruimte te bieden. De kunstenaars zelf waren trouwens wantrouwend over die samenwerking.

Applebaum beschrijft tot in detail hoe het in de Poolse maar ook in de Duitse en Hongaarse kringen toeging, dat maakt haar boek zo de moeite van het lezen waard. Naast de gewelddadige inlijving (een betere directere vertaling van ‘crushed’ zou zijn: “verbrijzeling”) van Oost-Europa is er de drang tot overleven, het aanpassen buiten de officiële regels om. Op die wijze dan toch zo weinig mogelijk ten prooi te vallen aan het prototype van de Homo Sovieticus.

img019

De plannen voor verregaande nieuwbouw van Warschau uit 1949 kwamen gelukkig nooit ten uitvoer. De intimiderende bouwstijl die Moskou als voorbeeld had was ongeschikt voor Warschau. Bierut presenteerde een compleet bouwplan. Die plannen voor stalinistische herbouw van Warschau gingen grotendeels niet door vanwege de beroerde stalinistische budgettering. Er was geen geld. Wat wel gerealiseerd werd was Stalin’s geschenk aan Polen. Het Cultuurpaleis. Direct vanaf zijn realisatie een storende factor in het esthetische geheel van het centrum van Warschau, schrijft Applebaum. img022

Afbrokkelende macht

De macht van het totalitaire systeem brokkelt in de jaren ’50 al af. Dat is met een enkele blik op de toekomst al kraakhelder. Applebaum noemt het overbekende voorbeeld van de kerk die toch gebouwd werd in de standaard Sovjet-stad Nowa Huta naast Kraków. Bisschop Karol Wojtyla draagt in 1957 een mis op in het gebied waar de Arka Pana later zal komen te staan. De kerk in Nowa Huta is een symbool van de mislukking van het totalitarisme in Polen: “Een mislukte planning, een mislukte architectuur, een mislukte utopische droom.”

De Westerse muziek heeft een enorme aantrekkingskracht op de jeugd van Oost-Europa. Jongeren ontwikkelen hun eigen subcultuur. De nozems van West-Europa heten in Polen de Bikiniarze, in Hongarije de Jampacek, in Duitsland de Halbstarke en in Tsjechië de Potapka (fuut- vanwege de vetkuiven) Zij hebben hun eigen mode die varieert van land tot land. Sowieso weet de strakke regie van boven de jeugd nooit echt te beteugelen. Dat blijkt uit een fraai voorbeeld op het einde van het boek. Het vijfde Wereldfestival voor jongeren in Warschau 1955.

“De spontaniteit, de menselijke trek die door de communistische regimes het hardst was onderdrukt, bloeide ineens op. Tot afgrijzen van de festivalorganisators gingen Polen, Duitsers, Hongaren, Tsjechen en anderen uit het communistische blok actief met elkaar en met de meer uitheemse bezoekers optrekken, niet alleen op straat, maar ook in privéflats overal in de straat.”

Het kwam op ongecontroleerde wijze tot verliefdheden, innige vriendschappen en doorzakken met wodka. Het communisme wist de geestdrift van de jeugd nimmer echt te breken.  Het boek van Anne Applebaum dat een inktzwarte periode van Oost-Europa beschrijft, eindigt daarmee toch hoopgevend. Hoewel het nog ruim dertig jaar duurde voordat het communisme omver geworpen werd, sloeg de erosie in het Sovjet-denken al in een vroeg stadium toe. Het communistisch systeem werd tot in de haarvaten van Polen, Hongarije en Oost-Duitsland geconstrueerd met middelen als leugens, manipulatie en ongebreideld geweld. Het bleek niet in staat tot overleven. Joseph Stalin zelf overleed alweer zestig jaar geleden, 5 maart 1953. Dit boek beschrijft waartoe zijn totalitaire dictatuur leidde in Oost-Europa en welke lessen de geschiedenis ons nalaat.

 Anne Applebaum- IJzeren Gordijn de inlijving van Oost-Europa 1944-1956

549 blz, uitgeverij Ambo, voorjaar 2013, isbn: 9 789026 326301

prijs €34,95

Geplaatst in Biuletyn, Geschiedenis, Literatuur | Een reactie plaatsen

Nobelprijswinnaar uit het Reuzengebergte

Gerhart Hauptman: vergeten Nobelprijswinnaar uit het reuzengebergte

Gerhart Hauptmann, medegrondlegger van het Duits Naturalisme kreeg in 1912 de Nobelprijs voor de Literatuur

Gerhart Hauptmann, medegrondlegger van het Duits Naturalisme kreeg in 1912 de Nobelprijs voor de Literatuur

De bekendste schrijver van Neder Silezië is de Duitser Gerhart Hauptmann. De in Obersalzbrunn, tegenwoordig Szczawno Zdrój, op een kleine 50 km ten oosten van Jelenia Góra, geboren schrijver kreeg in 1912 de Nobelprijs voor de Literatuur. Omdat in 2012 niet door de  cultuurkenners bij dit heuglijke feit werd stilgestaan, een herkansing. Ook was zijn geboortedag precies 150 jaar geleden in 2012.  Een vergeten, gelauwerde, Silezische schrijver.

Hauptmann woonde het grootste gedeelte van zijn leven, van 1901 tot zijn dood 1946 in Agnetendorf, nu Jagniątków, bij Jelenia Góra. Daar is dan ook het museum, het Hauptmann Haus gevestigd.   Hauptmann´s sporen liggen ook elders in de streek. Op zijn zestiende na het verlaten van de realschule werkt hij bij zijn oom in Łagniewniki Średzkie (Lohnig) vlakbij Udanin en in Lederose (Różana). De famile Hauptmann woonde en werkte in de 19e eeuw in het Silezische gehucht Dippelsdorf (Przeździedza)

Hauptmann´s levensloop

Gerhart Hauptmann werd geboren in 1862 te Obersalzbrunn (Szczawno Zdrój) als zoon van een herbergier. Grootvader Ehrenfried ondervindt in eigen persoon het harde, bittere, lot van de Silezische wevers. Slechts omdat hij wat geld gespaard had kon hij verder aan het werk in een café en zijn eigen herberg openen in 1824. Gerhart Hauptmann is daarmee een directe nakomeling van de Sileziërs, waarvan hij later in zijn toneelwerken de armoedige levensomstandigheden  beschrijft. Vader Robert Hauptman trouwt ‘omhoog’ met een dochter  uit één van de meest vooraanstaande Moravische geslachten: Maria Straehler. Tegen de tijd dat de jonge Gerhart en zijn oudere broer Carl geboren worden, zijn hun ouders de uitbaters van het in de regio bekende hotel ’Zur Preussische Krone’.

Op de dorpsschool was Hauptmann een onopvallende, middelmatige, leerling. In 1874, op 12-jarige leeftijd, verruilt hij zijn dorpsomgeving voor die van Breslau (Wrocław) waar hij de realschule bezoekt samen met zijn oudere broers Carl en Georg. Hij valt op bij de leraren. Omdat zijn vader zijn gunstige financiële positie door de jaren heen verliest, lijkt het erop dat de toekomst van Gerhart daarmee ook bepaald is. Hij zou een boerenbestaan gaan leiden. In 1878 op 16-jarige leeftijd gaat hij aan het werk bij zijn oom. Het bloed kruipt echter waar het niet gaan kan en de artistieke ambitie van de jonge Gerhart blijft de kop opsteken. Op advies van oudere broer Carl meldt hij zich in 1880 alsnog in Breslau bij de Hogeschool voor de Kunsten.

Hauptmann´s onrustige en onzekere jeugdperiode levert hem een scherp observatievermogen van het plattelandsleven op. Hauptmann is een jongen die in conflict lijkt te zijn geweest met zijn omgeving getuige de melding dat  drie weken na aanmelding bij de Breslause kunstschool hij een disciplinaire straf krijgt. In 1882 studeert hij aan de universiteit van Jena. Daar doceren onder andere Liebmann, Eucken and Haeckel. Maar de ‘rusteloze kunstenaar’ Hauptmann heeft geen geduld om lang in het academische wereldje te blijven. In 1883 duikt hij op in Hamburg. Te gast bij de schoonouders van zijn broer en – naar later blijkt – ook zijn eigen toekomstige schoonouders. Hij bereidt daar een reis voor naar Italië. Zijn ’Italienische Reise’ maakt hij via Spanje en Zuid-Frankrijk, hij belandt in Genua, Napels, Capri en Rome. Het reizen bevalt Hauptmann zo goed dat hij in 1884 terugkeert in Italië. Daarna verblijft hij bij de familie Thienemann in hun landhuis bij Hamburg.  Hij krijgt meer en meer kennis aan zijn toekomstige vrouw Maria Thienemann.

Hauptmann die zich in zijn prille kunstenaarscarrière tot nog toe vooral met beeldhouwen bezighield, verlegt zijn focus naar de taal. Korte tijd speelt hij als acteur in Berlijn. Hij gaat definitief om en kiest voor de literatuur. De interesse voor literatuur overheerst spoedig  Hauptmann´s iedere andere interesse. In 1885 publiceert de jonge auteur zijn eerste werk:  ‘Promethidenlos, Eine Dichtung’. In dit vroege werk is zijn literaire ontwikkeling zichtbaar, het hoofdpersonage van het romantische gedicht beweegt zich tussen beeldhouwkunst en dichtkunst, net als Hauptmann zelf.

Hauptmann trouwt datzelfde jaar op 5 mei  met Maria Thienemann. In juli daarna gaan ze samen met zijn broer en haar zus, naar het Duitse eiland Rügen op huwelijksreis. Het eiland Hiddensee net ten westen daarvan wordt Hauptmann´s geliefde vakantieplaats, waar hij zijn verdere leven graag terugkeert.

Vestiging in Berlijn, grondlegger Duitse naturalistische stroming

Zijn gevoel voor sociale gerechtigheid en het onrecht van het menselijk lijden is de bepalende geestestoestand waarin hij zich later in 1885 in Berlijn vestigt. De komende vier jaar woont hij in de villa Lassen in Erkner net ten zuidoosten van de Duitse hoofdstad. Drie zonen worden geboren. De jaren in Erkner zijn bepalend in de literaire vorming van Hauptmann. De Duitse naturalistische stroming ontstaat, waarvan Hauptmann één van de grondleggers is.

Van beslissende invloed op de nieuwe Duitse literatuurstroming zijn het Franse naturalisme, de interesse voor wetenschap en het afwijzen van de traditionele religie en filosofie die tot nog toe gemeengoed was. De Duitse zoalist en literatuurcriticus Michael Conrad geeft het invloedrijke literair tijdschrift ‚Die gesellschaft’ uit. Conrad is de spil van de naturalistische literatuurstroming.

Hauptmann was een productief toneelschrijver die zich in het begin van zijn schrijversloopbaan vooral richtte op het verbeelden van realistische drama´s.  Hauptmann beschreef de armoede in zijn streek, de belabberde situatie van de armen. Het bij het naturalisme behorende rauwe realisme is als kunstuiting vooral een tegenreactie op de daaraan voorafgaande Romantiek. Het naturalisme vindt vooral in de literatuur haar weg naar buiten. De protagonisten worden geportretteerd in hun eigen milieu. Naturalistische auteurs zien zichzelf als koele observatoren van menselijk leed. Ondergang, aftakeling, mislukking.

Tot Hauptmann´s bekendste werken behoren Vor Sonnenaufgang(1889) Die Weber(1893) Der Biberpelz(1893) Florian Geyer(1896) Die versunkene Glocke (1896) Fuhrmann Henschel (1898) en Die ratten (1911). Hauptmann´s drama ‚Vor sonnenaufgang’ zorgde voor een groot theaterschandaal in die tijd. Het burgerpubliek voelde zich geshockeerd omdat thema´s als sexualiteit en alcoholisme zonder schroom ten tonele kwamen.

Friedrichshagener kreis en de bohemien Een toonaangevende literaire schrijver van die tijd is John Henry Makay. Samen met Makay, een Duitse naturalist met Schotse vader, behoort Hauptmann tot de belangrijkste leden van de literaire groepering  „Friedrichshagener kreis“, een in Berlijn gecentreerde club van naturalistische dichters en intellectuelen. Deze vooraanstaande intelligentsia propageerden een vitaal leven en idealiseerden de bohemien. De theorieën van Sigmund Freud waren populair bij deze schrijvers/denkers, alsmede anarchistische uitgangspunten. Het drukke stadsleven van Berlijn werd gecontrasteerd door het riante buitenleven in Friedrichshagen.  Het literaire werk van Hauptmann kenmerkt zich door ‘sociale drama´s´: Het hoofdpersonage komt in overeenstemming met het naturalisme, in conflict met zijn kille, rationalistische, omgeving. Zelf heeft de hoofdpersoon een nerveus en overgevoelig gestel, en wordt volledig bepaald door afkomst, milieu en opvoeding. De sympathie van de naturalistische auteur ligt bij die hoofdpersoon, een gevoelige misantroop die dikwijls ten onder gaat en onheil tegemoet gaat.

In 1887 verschijnt de naturalistische studie Bahnwärter Tiel in Die Gesellschaft, het literaire tijdschrift van de invloedrijke uitgever Michael Conrad. Conrad en Hauptmann zijn de gezamenlijke auteurs van deze literaire studie.

Die Weber

"Die Weber" handelt over de sociale klassenstrijd van de 19e eeuw. Het toneelstuk gaat over de arme Silezische wevers die in opstand komen tegen de machtige ondernemingen, een historische opstand tegen verlaging van arbeiderslonen uit 1844, die bloedig werd neergeslagen. Dit gegeven werd verwerkt door literaire  'zoon van de streek' Gerhart Hauptmann tot Die Weber in 1893.

“Die Weber” handelt over de sociale klassenstrijd van de 19e eeuw. Het toneelstuk gaat over de arme Silezische wevers die in opstand komen tegen de machtige ondernemingen, een historische opstand tegen verlaging van arbeiderslonen uit 1844, die bloedig werd neergeslagen. Dit gegeven werd verwerkt door literaire ‘zoon van de streek’ Gerhart Hauptmann tot Die Weber in 1893.

Het toneelstuk Die Weber (1893) heeft historische wortels in de geboortestreek van Hauptmann. In 1844 speelt zich een opstand onder de wevers af van Silezië in de plaatsjes Kaschbach (Potoczek), Langenbielau (Bielawa) en Peterwaldau (Pieszyce). Een spontane opstand van de arbeiders tegen hun werkgevers die met militair geweld de kop ingedrukt werd. De Silezische linnenwevers in de 19e eeuw kwamen in opstand tegen de middenklasse. Hauptmann  maakt er een aantal studies van in 1891 en dramatiseert de opstand van de wevers tot het toneelstuk. Tot aan de Wevers, is Hauptmann een vooral door Henrik Ibsen beïnvloed toneelschrijver. Met de Wevers produceert Hauptmann het leidende toneelstuk van een literair tijdperk.

Gerhart Hauptmann´s klassieke toneelstukken zien tegen het einde van de 19e eeuw het levenslicht, hij is een gevierd schrijver. Dan gaat hij zijn leven verder leiden met de bekende toneelactrice Margarete Marschalk. Vrouw Marie vertrekt naar Amerika met zijn zonen. Hauptmann trekt zich terug uit het hoofdstedelijke schrijversmilieu en gaat weer in Silezië wonen, met zijn nieuwe liefde Margarete. In 1901 gaat hij in huis Wiesenstein in Agnetendorf (Jagniątków) wonen; het is in opdracht van Hauptmann door architect Hans Grisebach ontworpen. In 1904 is de echtscheiding officieel en trouwt hij met Margarete. Het jonge huwelijk komt meteen onder druk te staan door een affaire van Hauptmann met de zestienjarige Oostenrijks-Russische actrice Ida Orloff.

Na het winnen van de Nobelprijs voor de literatuur in 1912, ontvangen na de publicatie van zijn toneelstuk de Ratten, legt Hauptmann zich toe op verhalen die geïnspireerd zijn door de Griekse Oudheid en Griekse tragedieschrijvers. Als het op Hauptmann geïnspireerde karakter ‘Mijnheer Peeperkorn’ zien we  hem terug in de monumentale roman die Zauberberg van Thomass Mann (1924)

Hauptmann overleeft de tweede wereldoorlog nog net, Het Duitse Agnetendorf is het Poolse Jagniątków geworden. Na Hauptmann´s overlijden in 1946 komt Huis Wiesenstein leeg te staan. Korte tijd is het in gebruik als Pools weeshuis. In 2001 werd het geopend als het Hauptmann Haus, een museum over leven en werk van nobelprijswinnaar Hauptmann.

Het lichaam van Gerhart Hauptmann wordt ter aarde besteld op zijn zo geliefde eiland Hiddensee in de Oostzee. Zijn vrouw Margarete sterft in 1957. De urn met haar as wordt op Hiddensee in het graf van haar man Gerhart bijgezet in juni 1983.

Villa Wiesnstein, het Hauptmann Haus in Agnetendorf, Jagniątków. In deze neo-Renaisssance villa woonde Hauptmann van 1901-1946. Zelf bestempelde Hauptmann zijn woning wel als 'mystische Schutzhulle meiner Seele'

Villa Wiesnstein, het Hauptmann Haus in Agnetendorf, Jagniątków. In deze neo-Renaisssance villa woonde Hauptmann van 1901-1946. Zelf bestempelde Hauptmann zijn woning wel als ‘mystische Schutzhulle meiner Seele’

Bronnen: 

Kindlers Neues Literaturlexikon,

Wikipedia,

www.gutenberg.org,

Naukowy Museum Dom Gerhart Hauptmann [HW1] 

Dit artikel verscheen eerder in Biuletyn 3, 2010


Aside | Geplaatst op door | Een reactie plaatsen

Andzej Stasiuk: Onderweg naar Babadag

Image

Mijmeren in onontgonnen niemandsland

Andzej Stasiuk: Onderweg naar Babadag, prijswinnaar NIKE 2005,

Een dromerige foto middenin het boek vormt het leitmotiv van het prijswinnende Jadąc do Babadag. In 2005 werd dit werk van de Poolse auteur Andrzej Stasiuk met de Poolse NIKE-prijs voor literatuur bekroond. Onderweg naar Babadag verscheen voorjaar 2009 in Nederlandse vertaling van Karol Lesman.

De bewuste foto toont een rondreizende violist in Abony, Hongarije 1921. “Al vier jaar lang achtervolgt deze foto mij. Waar ik ook heen ga, ik zoek overal de driedimensionale en gekleurde versies ervan(…)alsof juist toen de tijd is stil blijven staan en het heden een vergissing bleek. Een spotternij of verraad, alsof mijn aanwezigheid op die plekken een anachronisme en een schandaal was, omdat ik uit de toekomst kwam(…) De ruimte van deze foto hypnotiseert mij en al mijn reizen hebben maar één doel, de verborgen doorgang vinden naar zijn binnenste.”C Stasiuk2

Andrzej Stasiuk doet niet zijn best om een zo natuurgetrouw mogelijk, scherp, beeld van de werkelijkheid te beschrijven. Zijn woorden zijn penseelstreken die een wereld schetsen waarin ruimte en tijd dreigen weg te vallen. Literaire critici vergelijken zijn ‘stream of consciousness’-stijl wel met Jack Kerouac´s ‘On the road’. De mensen die in de eenzame troosteloze landschappen van de Balkan, de Donaudelta, Oost-Hongarije. Albanië, Moldavië opgevoerd worden, zijn niet meer dan toevallige passanten die in een gestolde tijd handelen. Het onveranderlijke keert in ieder hoofdstuk, in ieder gesprek, welhaast op iedere bladzijde van ‘Onderweg naar Babadag’ terug. Het boek is gedrenkt in die statische, wat droefgeestige, onveranderlijkheden. Maar zo dikwijls laat de auteur toch door een commentaar weten hoe de tijd voortschrijdt. Bijvoorbeeld in Moldavië, sinds het Russisch infuus werd afgekoppeld, afgegleden tot het armste Europese land: “Baurci is het ware einde van de Revolutie (…) Er was niets over dat ergens voor kon worden gebruikt, niets dat ook maar enige waarde kon hebben. Zeventig jaar weggegooid.” Hij is radeloos over de heimwee die Moldaviërs in hun harten hebben naar vroegere (Sovjet)tijden: “Ik voelde me als een indringer en als een idioot in een wereld die ik niet kon begrijpen.”  Steden met hoge witte flats in buitenwijken, zoals in Chisinau, zijn in de waarneming van Stasiuk golvende heuvels met vruchtbare mollige aarde en daarin stekende gigantische grafstenen. De stenen tafelen van het egalitarisme. De onmeetbare autokerkhoven van de Albanese havenstad Durrës verworden tot knekelplaatsen, mechanische slachthuizen, een groot lazaret van de Duitse auto-industrie, waarin alleen nog wordt geamputeerd. Het zijn maar een paar voorbeelden uit een boek dat een aaneenschakeling vormt van zulke persoonlijke desolate vergezichten. Stasiuk weet ermee te overtuigen en beheerst zijn stijl, waardoor het nergens een storende poëtische vervorming van de werkelijkheid wordt. Het maakt je als lezer nieuwsgierig naar vergeten Europese volkeren; het niemandsland van de Boekovina, de nergens in de wereld geaccepteerde staat Transdnjestrië, of Gagaoezië, een autonome staat bewoond door een orthodox christelijk Turks volk. Stasiuk stipt zo hier en daar de geschiedenis aan maar wordt nergens echt belerend.

De lezer raakt vertrouwd met die zo onbekende gebieden van Europa, de schrijver zakt als het ware langs de 21e lengtegraad naar beneden. Landschappen worden verinnerlijkt. Zijn schrijfkunst vergelijkt Stasiuk met een huis in verval, de werkwoorden en zelfstandige naamwoorden vallen als oud stucwerk op de grond: “Ik zet woorden achter elkaar, die later ergens blijven staan, maar ik ben niet in staat om met behulp van deze verhalen een zinvolle geschiedenis, een geloofwaardige geschiedenis te creëren.” Stasiuk interesseert zich voor teloorgang, de periferie, alles wat halverwege blijft steken, verlaten is, geen duurzaamheid kent en geen sporen achterlaat. Al die gehuchten heeft hij lief met een hopeloze liefde. “Het ware gezicht van mijn streek, mijn deel van het continent.”

Uiteindelijk gaat een reiziger op zoek naar wat hij al heeft gezien. Die reizigerswijsheid geeft ook Stasiuk grif toe in het laatste deel. De verre vergeten oorden doen hem denken aan vergelijkbare onaanzienlijke dorpen en vlekken, oostelijk van Warschau zoals Sokołow Podlaskie en Kałuszyn. De heerlijke slaperigheid, dat laat maar waaien, dat rustige consequente zuipen midden op de dag, en die mistige blikken die moeiteloos door de werkelijkheid heen dringen en onbevreesd openstaan voor het niets, mijmert de auteur. De waarneming worstelt met ruimte en tijd. Nieuwsgierigheid naar de nieuwe, vaak originele stijlfiguren, en typeringen maken van ‘Onderweg naar Babadag’ een boek dat je niet neerlegt en je dwingt Stasiuk´s queeste naar het vergankelijke op de voet te volgen. In serene berusting overdenkend (ergens in Onderweg naar Babadag): “Het leven zinkt weg in de aarde, verspreidt zich verdund door de atmosfeer, smeult rustig en gedwee, alsof men het heeft beloofd nooit te hoeven eindigen.”

Onderweg naar Babadag. Onderweg naar niets.

Onderweg naar Babadag, Andrzej Stasiuk, uitgeverij De Geus, 285 blz. ISBN 978-90-445-0966-3.

Stasiuk, gelauwerde voorhoede Poolse literatuur Andrzej Stasiuk (1960) is een toonaangevende, veelvuldig gelauwerde, Poolse auteur. Hij sleepte al heel wat prijzen en nominaties in de wacht voor zijn oeuvre, dat overigens nog ieder jaar groeit. Schrijver, journalist en literatuurcriticus. Deserteur uit het Poolse leger in 1980 waarvoor hij anderhalf jaar in de cel doorbracht. Woonachtig in Wołowiec, bij Sękowa in de Lage Beskiden. Andrzej Stasiuk publiceert in de Frankfurter Algemeine Zeitung, Gazeta Wyborcza en Tygodnik Powszechny. Behalve zijn winst van de NIKE literatuurprijs in 2005 werd hij al eerder driemaal genomineerd. Daarnaast kreeg het werk van Stasiuk vele awards en andere literatuurprijzen. Sinds 1996 runt Stasiuk met zijn vrouw zijn eigen uitgeverij Czarne. Werk van jonge schrijvers zoals Krzystof Varga (1968) wordt door Czarne publishing house op de markt gebracht. Ook tekent Czarne voor de herontdekking van het werk van Zygmunt Haupt. Daarnaast worden tal van buitenlandse auteurs uitgegeven, vooral uit Zuidoost-Europa. In 2008 won Stasiuk de internationale Vilenica-literatuurprijs.

Boeken van Stasiuk

Mury Hebronu (1992)

Opowiesci Galicyjskie (1994)

Bialy Kruk (1995)

Przez Rzeke (1996)

Dukla (1997) (nominatie NIKE 1998)

Dziewiec (1998)

Moje Europa Dwa eseje o Europie zwanej srodkowa (2000)

Tekturowy Samolot (2000) (nominatie NIKE 2000)

Opowiesci Wigilijne (2000) (met Olga Tokarczuk en Jerzy Pilch)

Zima i inne Opowiadania (2001) (nominatie NIKE 2002)

Jadąc do Babadag (2005) (winnaar NIKE 2005)

Fado (2006)

Dojczland (2007)

Dit artikel verscheen eerder in Biuletyn 1, 2009

Geplaatst in Literatuur | Een reactie plaatsen

Warschau stad om je steeds meer in te verdiepen

Warschau stad om je steeds meer in te verdiepen

Rynek Starego Miasta, Warszawa

Rynek Starego Miasta, Warszawa

 Je zult weinig Polen vinden die beweren dat hun hoofdstad Warschau een mooie stad is. Polen antwoorden steevast dat ze niet erg van Warschau gecharmeerd zijn. Het zou een staat binnen de staat zijn, niet het echte Polen. Ze zijn er gelukkig maar een paar keer geweest, voor het regelen van reisdocumenten bijvoorbeeld. De hoofdstedelijke Pool, die vinden ze maar een blaaskaak, altijd gehaast en vooral zou Warschau een stad met grauwe eentonige buitenwijken zijn.

Toch beoogt dit stuk de lezer ervan te overtuigen om juist wel naar de Poolse hoofdstad te komen. Is het dan allemaal kommer in kwel, daar in Warschau? Welnee, een moderne stad, met een rijk cultureel leven,  aan surplus aan geschiedenis, maar nog altijd wel in een worsteling, zo lijkt het, met dat verleden. Het verleden maakt een bezoek juist wel zeer de moeite waard en Warschau heeft op meerdere locaties in het historisch centrum nog altijd de grandeur van de koningsstad die het in de 17e en 18e eeuw was. Warschau wist zich als hoofdstad meerdere keren op te richten van een complete verwoesting. Weerbaarheid, veerkracht en dynamiek. Na de Tweede Wereldoorlog wordt het even clichématige als mythologische begrip ‘Feniks uit de as’ wel van toepassing geacht. Op het oude marktplein van Warschau staat een symbolische beeltenis van een zeemeermin. De Pomnik Syrenki. Half vrouw half vis met het zwaard en het schild geheven. Zij zou volgens de legende de stad en zijn inwoners beschermen.

103-0375_IMG

Het symbool van Warschau, op de Rynek Starego Miasta, de zeemeermin, de Pomnik Syrenki. Het staat op de plek waar ooit het achttiende eeuwse stadhuis van Warschau was. In 1855 kwam de zeemeermin, gemaakt door Konstanty Hegel op haar plaats, en bleef daar tot 1929. Daarna vanaf 1972 weer op haar post.

Warschau is voor de objectieve beoordelaar een stad met een haast onvergelijkbaar pijnlijke achtergrond. Dat van volledige vernietiging en de liquidatie van de bijna gehele Joodse bevolking die uit 400.000 personen bestond. Hoewel er ook honderdduizenden Poolse slachtoffers omkwamen gedurende de Tweede Wereldoorlog. Hitler en Himmler verordonneerden dat van Warschau niets mocht overblijven, naar schatting 90 % van de stad werd vernietigd nadat de Warschau-ers het gewaagd hadden een opstand tegen de nazi’s te beginnen. Het Rode Leger keek vanaf de oevers van de Wisla toe vanuit stadsdeel Praga. Die ervaring gaf Warschau na de oorlog wel de kans voor een wedergeboorte. De Poolse hoofdstad herrees in de decennia na de oorlog en werd stukje bij beetje herbouwd. Soms wordt beweerd dat zo’n volledige en grondige opbouw alleen in een totalitaire staat mogelijk was. Een stad die met deze nieuwbouw ook genadeloos afscheid nam van dat verleden. Want het is zoeken naar overblijfselen van Joods Warschau. Ooit een multiculturele stad met gezichtsbepalende minderheid is Warschau nu een opvallend homogene hoofdstad geworden. Een stad met multiculturele wortels, schrijnende herinnering aan een verdwenen realiteit.

Warschau werd pas in 1596 officieel de hoofdstad van Polen, daarmee één van de jongste Europese hoofdsteden. Gesticht door Mazovische hertogen eind dertiende eeuw wordt het een eeuw later de hoofdstad van Mazovië. De Zweedse koning Zygmunt III Wasa haalde de troon van Krakow naar Warschau. De bloeiperiode van de Poolse koningen, de dynastie der Jagiellonen, blijft verbonden aan Krakow. Misschien dat de Polen daarom wat moeite met Warschau als hoofdstad hebben omdat hier niet het grote machtige Polen floreerde dat ze  graag in het Poolse collectieve geheugen zo opslaan. In Warschau waren Zweedse en Saksische koningen voor 150 jaar de baas aan het hof, onderbroken door Jan III Sobieski en de laatste Poolse koning August Stanislaw Poniatowski.

Warschau kende al in de zeventiende eeuw een grote verwoesting uitgevoerd door de Zweden, daarna werd de weg vrijgemaakt voor barokke nieuwbouw; tal van paleizen zijn gebouwd in de tweede helft zeventiende eeuw. Waarin de Nederlandse bouwmeester Tylman van Gameren een belangrijk aandeel had. Warschau verdween na de Delingen uiteindelijk als hoofdstad en leidde een eeuw lang feitelijk een bestaan als Russische provinciehoofdstad. Warschau leefde op in de Tweede Poolse Republiek van 1918-1939, het was weer een echte Poolse hoofdstad voor even. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de onfortuinlijke stad met de grond gelijk gemaakt en daarna vervolgens minutieus weer opgebouwd, waarin gebruik gemaakt werd van de stadsgezichten geschilderd door Canaletto, wiens doeken te zien zijn in de Zamek Krolewski, het koninklijk Slot.

Daarna brak een nieuwe periode aan, ditmaal onder het communistisch juk. Die periode waarin Warschau volledig werd herbouwd alsof er geen vernietiging had plaatsgevonden, duurde voort tot 1989. Het is dus eigenlijk pas sinds ruim twintig jaar dat Polen weer hoofdstad is van een vrije natie. De moeilijke transitie van plangeleide economie naar de kapitalistische vrije markt volgde in de jaren ’90.

Warschau is daarmee bij uitstek een stad waarin de recente Europese geschiedenis zich soms uitvergroot samenbalt. En de stad waar je de afgelopen eeuwen van Polen het scherpst door de zoeker ziet. Kijk op de straten naar de vele tientallen zo niet honderden gedenktekens en monumenten. Zij vertellen allen een stukje uit het recente en veel verdere verleden. Overal, op elke straathoek, ligt een verhaal. Klaar om ontdekt te worden door zijn bezoekers.

Naast alle geneugten en ongemakken van de moderne Midden-Europese hoofdstad, waarin zo soms de tanden van de commercie zich te veel en te gretig vastbijten, maakt dát juist Warschau zo interessant. Warschau verdient dan ook geen vluchtige blik maar een grondige kennismaking die toch steeds weer naar meer doet verlangen.

Geplaatst in Warschau | Een reactie plaatsen