Polen zijn nu ineens weer ‘keihard nodig’

ed205a28d322ce7e1fb27793b9f4a771

Met de neergang van de PVV lijkt juist het beeld van Polen in ogen van Nederlanders weer wat op te krabbelen. De hype van negativiteit lijkt alweer ver achter ons te liggen. De migranten maken Nederland rijker, dat is de conclusie uit het rapport ‘De economische bijdrage van tijdelijke arbeidsmigranten’, uitgebracht door de Stichting Economisch Onderzoek (SEO) begin december.

In de eerste Biuletyn van 2012 was het ‘ach en wee’ over het imago van Polen in Nederland. De PVV opende zijn meldpunt met klachten over MOE-landers. Vooral Polen waren het mikpunt. Iedereen had plotseling een mening over de Pool. Ze pakten de banen van onze vrachtwagenchauffeurs af, ze zorgden voor overlast, de ‘dronken Pool’ was een begrip. Als ze aan lager wal raakten kwamen ze in de bijstand, terend op onze belastingcenten. Dat was de teneur in de beeldvorming. Wat al die aanvankelijk weinig rooskleurige aandacht te weeg bracht was op korte termijn verontwaardiging (of instemming bij PVV-stemmers) maar op lange termijn pakte het meldpunt bepaald niet slecht uit. De politieke windrichting veranderde en de PVV-leider werd ontmaskerd als een bevolkingsgroepen stigmatiserende politicus die bovendien wegliep voor verantwoordelijkheden. Met alle aandacht voor arbeids- en leefomstandigheden werd steeds duidelijker dat Nederland helemaal niet zonder ingehuurde buitenlandse arbeidskrachten kan. De kranten deze week (30 november 2012) staan juist weer vol van de positieve kant: ‘De Pool brengt Nederland miljoenen op voor de schatkist’.

 Openstelling EU-grenzen in fasen

Na de opening van de Europese arbeidsmarkt voor Poolse immigranten –op 1 mei 2004- waren vooral Ierland en het Verenigd Koninkrijk populaire bestemmingen. Na tijdelijke beperkende maatregelen opende Nederland drie jaar later haar grenzen (1 mei 2007) voor migranten uit de nieuw toegetreden EU-lidstaten. Naar schatting 2 miljoen Polen verlieten hun vaderland om elders in de EU hun boterham te verdienen. Duitsland als directe buur wachtte met het openstellen van de grenzen tot 1 mei 2011.

Poolse immigratiedeskundige, hoogleraar Krystyna Iglicka, verklaarde in Der Spiegel voorafgaand aan de openstelling van de Duitse grenzen: “Ik verwacht dat tussen 500.000 en 1 miljoen Polen hun land zullen verlaten in de komende twee jaar. Duitsland is dichtbij, de economie draait goed, er is een grote vraag naar arbeidskrachten.” Duitsland zou buitenlandse arbeidsmigranten keihard nodig hebben zo betoogde Iglicka:  “De demografische situatie in Duitsland is fataal omdat Duitsers weinig kinderen krijgen. Het grote aantal immigranten uit Oost-Europa gaf de lokale economie een boost. De nieuwkomers zijn gemotiveerd, zij werken hard, consumeren en dragen belasting af.” Als de economische groei van Duitsland op 2 á 3 % wil blijven, zo berekenden demografen, dan zijn 300.000 extra arbeidsmigranten per jaar nodig. Ook Nederland heeft bij gebrek aan voldoende arbeidspotentieel de migranteninstroom keihard nodig: De migrant in ons land levert de schatkist zo’n 360 miljoen euro per jaar op.

Het SEO-rapport trekt de volgende conclusie:De aanwezigheid van tijdelijke migranten heeft een positief netto effect op ‘de schatkist’ in Nederland. Ze leveren gemiddeld € 1.800 meer op dan ze kosten.” De commissie Bakker publiceerde  in 2008 “Naar een toekomst die werkt” over de arbeidsparticipatie in Nederland. Daarin wordt vastgesteld dat Nederland de komende decennia te maken zal hebben met een fundamenteel andere arbeidsmarkt. Schaarste van werk is niet langer de bepalende factor, maar juist een tekort aan werknemers. Volgens Bakker zouden de tekorten aan arbeidskrachten in 2040 oplopen tot wel 700.000. Door vergrijzing krimpt de beroepsbevolking de komende decennia.

VNO/NCW bracht dit voorjaar de publicatie “De arbeidsmigrant werkt!” uit. In het Nederlandse beleid is arbeidsmigratie het sluitstuk van het arbeidsmarktbeleid zo beschrijft VNO NCW: “Het gaat uit van een concrete vacature en inspanningen van de werkgever om die vacature te vervullen met prioriteitgenietend aanbod. Dat wil zeggen: met Nederlanders of met mensen uit de landen in de EU waarvoor vrij verkeer geldt. Als een Nederlandse werkgever dus iemand nodig heeft dan moet hij die werven in Nederland of anders in een van de andere EU-landen. De vraag is niet of wij arbeidsmigranten nodig zullen hebben, maar hoe wij de goede arbeidsmigranten hierheen trekken, en hoe we die arbeidsmigratie in goede banen leiden.”

Banenverlies en looneffect

Op de vraag of goedkope arbeidsmigranten zorgen voor banenverlies of lage lonen was Iglicka van mening dat de ervaringen in Ierland en het Verenigd Koninkrijk dit absoluut niet aantoonden: De Polen nemen vaak het zwaardere onaantrekkelijke werk over. De banen die Duitsers zelf niet ambiëren. Bijvoorbeeld de asperge-oogst. Ook in de ouderenzorg zijn mensen van buiten nodig. Polen en andere Oost-Europeanen assimileren gemakkelijker dan andere etnische groepen. Zij kennen een vergelijkbare christelijke achtergrond, ze roepen minder angst op dan etnische groepen uit bijvoorbeeld Afrika of Bangladesh.

Vertaald naar de Nederlandse situatie concludeert SEO in haar onderzoek: “Verdringingseffecten en looneffecten van tijdelijke migratie worden nauwelijks gevonden. Als er al significante effecten gevonden worden, zijn die effecten zeer klein.” Problemen die optreden liggen in de sfeer van wonen en sociale omgeving: “Vaak hangen deze problemen samen met illegale arbeid en malafide bemiddelaars.

Vestigen in het nieuwe land of terugkeer naar Polen?

De vraag voor landen als Duitsland, Nederland of het Verenigd Koninkrijk waarover het meest wordt gediscussieerd, is dikwijls: Gaan de Poolse migranten zich vestigen of keren ze terug? Volgens hoogleraar Krystyna Iglicka zegt de overgrote meerderheid van de migranten dat ze uiteindelijk terug willen keren. Maar in de praktijk blijkt dat veel van de migranten naar het Verenigd Koninkrijk de keuze maakten om een nieuw bestaan op te bouwen in hun nieuwe land. Zij laten familie overkomen, vormen gezinnen.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft cijfers vastgesteld over terugkeer van Polen naar eigen land of blijven in Nederland. In de najaar 2011 verschenen studie ‘Poolse Migranten’ uitgevoerd door het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) zijn deze cijfers opgenomen. Na een 4-jarig verblijf als arbeidsmigrant in Nederland zou 40 % van de Polen teruggekeerd zijn naar eigen land. Op een termijn van 10 jaar zou dat volgens de onderzoekers bijna 60 % zijn. De Poolse migranten nemen daarmee een middenpositie in tussen Turken en Marokkanen waarvan het terugkeerpercentage op respectievelijk 35 en 25 % blijft steken en de Italianen (65 %) en Spanjaarden (75 %), waarvan de grote meerderheid terug naar huis ging.

Nederland verdient een open en gericht arbeidsmigratiebeleid

Enkele jaren geleden werd ronduit gegoocheld met getallen over Polen. Afgezwakt door voorstanders, aangedikt door de tegenstanders. Nu daadwerkelijk onderzoek is gedaan weten we dat het niet om tienduizenden maar om honderdduizenden migranten gaat. Waarvan het merendeel van Poolse herkomst. Tot 60 % wil na enkele jaren weer terugkeren naar het eigen land. Dat betekent dus wel dat 40 % hier permanent blijft. Daarvoor moet goed beleid ontwikkeld worden. Goede huisvesting, aansluiting van Poolse kinderen op het onderwijs en de malafide uitzendbureau’s hard aanpakken.

Hoewel Polen zich massaal voornemen om na een periode weer terug te keren zorgen “push factoren” zoals betere welvaart en hoger inkomen in het nieuwe land of een achterblijvende economie in de eigen Poolse regio ervoor dat dit streven toch opzij wordt gezet. Met de vrije vestiging van EU-onderdanen is dit een realiteit.

Tot besluit een citaat uit het rapport ‘Arbeidsmigrant werkt!’:  “Het is dus logisch om een open houding aan te nemen ten opzichte van buitenlandse werknemers, vanuit de EU maar ook van daarbuiten, die iets kunnen, mogen en willen bijdragen aan onze economie en samenleving. Eventuele problemen moeten natuurlijk worden opgelost. Maar het saldo van arbeidsmigratie is positief en het beeld mag niet worden bepaald door de negatieve voorvallen. We zouden onszelf te kort doen. De Nederlandse economie en de Nederlanders verdienen een open en gericht arbeidsmigratiebeleid.”

Bronnen:

Commissie Bakker: “Naar een toekomst die werkt” (16 juni 2008)

Der Spiegel: Interview met prof. dr. Krystyna Iglicka (april 2011)

SCP: ‘Poolse migranten’  (augustus 2011)

VNO/NCW ‘Arbeidsmigrant werkt!’ (februari 2012)

SEO: ‘De economische bijdrage van tijdelijke arbeidsmigranten’ (december 2012)

Dit bericht werd geplaatst in Biuletyn, Opinie. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s