Andzej Stasiuk: Onderweg naar Babadag

Image

Mijmeren in onontgonnen niemandsland

Andzej Stasiuk: Onderweg naar Babadag, prijswinnaar NIKE 2005,

Een dromerige foto middenin het boek vormt het leitmotiv van het prijswinnende Jadąc do Babadag. In 2005 werd dit werk van de Poolse auteur Andrzej Stasiuk met de Poolse NIKE-prijs voor literatuur bekroond. Onderweg naar Babadag verscheen voorjaar 2009 in Nederlandse vertaling van Karol Lesman.

De bewuste foto toont een rondreizende violist in Abony, Hongarije 1921. “Al vier jaar lang achtervolgt deze foto mij. Waar ik ook heen ga, ik zoek overal de driedimensionale en gekleurde versies ervan(…)alsof juist toen de tijd is stil blijven staan en het heden een vergissing bleek. Een spotternij of verraad, alsof mijn aanwezigheid op die plekken een anachronisme en een schandaal was, omdat ik uit de toekomst kwam(…) De ruimte van deze foto hypnotiseert mij en al mijn reizen hebben maar één doel, de verborgen doorgang vinden naar zijn binnenste.”C Stasiuk2

Andrzej Stasiuk doet niet zijn best om een zo natuurgetrouw mogelijk, scherp, beeld van de werkelijkheid te beschrijven. Zijn woorden zijn penseelstreken die een wereld schetsen waarin ruimte en tijd dreigen weg te vallen. Literaire critici vergelijken zijn ‘stream of consciousness’-stijl wel met Jack Kerouac´s ‘On the road’. De mensen die in de eenzame troosteloze landschappen van de Balkan, de Donaudelta, Oost-Hongarije. Albanië, Moldavië opgevoerd worden, zijn niet meer dan toevallige passanten die in een gestolde tijd handelen. Het onveranderlijke keert in ieder hoofdstuk, in ieder gesprek, welhaast op iedere bladzijde van ‘Onderweg naar Babadag’ terug. Het boek is gedrenkt in die statische, wat droefgeestige, onveranderlijkheden. Maar zo dikwijls laat de auteur toch door een commentaar weten hoe de tijd voortschrijdt. Bijvoorbeeld in Moldavië, sinds het Russisch infuus werd afgekoppeld, afgegleden tot het armste Europese land: “Baurci is het ware einde van de Revolutie (…) Er was niets over dat ergens voor kon worden gebruikt, niets dat ook maar enige waarde kon hebben. Zeventig jaar weggegooid.” Hij is radeloos over de heimwee die Moldaviërs in hun harten hebben naar vroegere (Sovjet)tijden: “Ik voelde me als een indringer en als een idioot in een wereld die ik niet kon begrijpen.”  Steden met hoge witte flats in buitenwijken, zoals in Chisinau, zijn in de waarneming van Stasiuk golvende heuvels met vruchtbare mollige aarde en daarin stekende gigantische grafstenen. De stenen tafelen van het egalitarisme. De onmeetbare autokerkhoven van de Albanese havenstad Durrës verworden tot knekelplaatsen, mechanische slachthuizen, een groot lazaret van de Duitse auto-industrie, waarin alleen nog wordt geamputeerd. Het zijn maar een paar voorbeelden uit een boek dat een aaneenschakeling vormt van zulke persoonlijke desolate vergezichten. Stasiuk weet ermee te overtuigen en beheerst zijn stijl, waardoor het nergens een storende poëtische vervorming van de werkelijkheid wordt. Het maakt je als lezer nieuwsgierig naar vergeten Europese volkeren; het niemandsland van de Boekovina, de nergens in de wereld geaccepteerde staat Transdnjestrië, of Gagaoezië, een autonome staat bewoond door een orthodox christelijk Turks volk. Stasiuk stipt zo hier en daar de geschiedenis aan maar wordt nergens echt belerend.

De lezer raakt vertrouwd met die zo onbekende gebieden van Europa, de schrijver zakt als het ware langs de 21e lengtegraad naar beneden. Landschappen worden verinnerlijkt. Zijn schrijfkunst vergelijkt Stasiuk met een huis in verval, de werkwoorden en zelfstandige naamwoorden vallen als oud stucwerk op de grond: “Ik zet woorden achter elkaar, die later ergens blijven staan, maar ik ben niet in staat om met behulp van deze verhalen een zinvolle geschiedenis, een geloofwaardige geschiedenis te creëren.” Stasiuk interesseert zich voor teloorgang, de periferie, alles wat halverwege blijft steken, verlaten is, geen duurzaamheid kent en geen sporen achterlaat. Al die gehuchten heeft hij lief met een hopeloze liefde. “Het ware gezicht van mijn streek, mijn deel van het continent.”

Uiteindelijk gaat een reiziger op zoek naar wat hij al heeft gezien. Die reizigerswijsheid geeft ook Stasiuk grif toe in het laatste deel. De verre vergeten oorden doen hem denken aan vergelijkbare onaanzienlijke dorpen en vlekken, oostelijk van Warschau zoals Sokołow Podlaskie en Kałuszyn. De heerlijke slaperigheid, dat laat maar waaien, dat rustige consequente zuipen midden op de dag, en die mistige blikken die moeiteloos door de werkelijkheid heen dringen en onbevreesd openstaan voor het niets, mijmert de auteur. De waarneming worstelt met ruimte en tijd. Nieuwsgierigheid naar de nieuwe, vaak originele stijlfiguren, en typeringen maken van ‘Onderweg naar Babadag’ een boek dat je niet neerlegt en je dwingt Stasiuk´s queeste naar het vergankelijke op de voet te volgen. In serene berusting overdenkend (ergens in Onderweg naar Babadag): “Het leven zinkt weg in de aarde, verspreidt zich verdund door de atmosfeer, smeult rustig en gedwee, alsof men het heeft beloofd nooit te hoeven eindigen.”

Onderweg naar Babadag. Onderweg naar niets.

Onderweg naar Babadag, Andrzej Stasiuk, uitgeverij De Geus, 285 blz. ISBN 978-90-445-0966-3.

Stasiuk, gelauwerde voorhoede Poolse literatuur Andrzej Stasiuk (1960) is een toonaangevende, veelvuldig gelauwerde, Poolse auteur. Hij sleepte al heel wat prijzen en nominaties in de wacht voor zijn oeuvre, dat overigens nog ieder jaar groeit. Schrijver, journalist en literatuurcriticus. Deserteur uit het Poolse leger in 1980 waarvoor hij anderhalf jaar in de cel doorbracht. Woonachtig in Wołowiec, bij Sękowa in de Lage Beskiden. Andrzej Stasiuk publiceert in de Frankfurter Algemeine Zeitung, Gazeta Wyborcza en Tygodnik Powszechny. Behalve zijn winst van de NIKE literatuurprijs in 2005 werd hij al eerder driemaal genomineerd. Daarnaast kreeg het werk van Stasiuk vele awards en andere literatuurprijzen. Sinds 1996 runt Stasiuk met zijn vrouw zijn eigen uitgeverij Czarne. Werk van jonge schrijvers zoals Krzystof Varga (1968) wordt door Czarne publishing house op de markt gebracht. Ook tekent Czarne voor de herontdekking van het werk van Zygmunt Haupt. Daarnaast worden tal van buitenlandse auteurs uitgegeven, vooral uit Zuidoost-Europa. In 2008 won Stasiuk de internationale Vilenica-literatuurprijs.

Boeken van Stasiuk

Mury Hebronu (1992)

Opowiesci Galicyjskie (1994)

Bialy Kruk (1995)

Przez Rzeke (1996)

Dukla (1997) (nominatie NIKE 1998)

Dziewiec (1998)

Moje Europa Dwa eseje o Europie zwanej srodkowa (2000)

Tekturowy Samolot (2000) (nominatie NIKE 2000)

Opowiesci Wigilijne (2000) (met Olga Tokarczuk en Jerzy Pilch)

Zima i inne Opowiadania (2001) (nominatie NIKE 2002)

Jadąc do Babadag (2005) (winnaar NIKE 2005)

Fado (2006)

Dojczland (2007)

Dit artikel verscheen eerder in Biuletyn 1, 2009

Dit bericht werd geplaatst in Literatuur. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s